• Friso Bouwgroep
  • Pieter Zeemanstraat 9
  • Postbus 49
  • Service & onderhoud

Nieuws

Circulaire school voor een krap budget

3 maanden geleden. 

In het vakblad De Bouwwereld verscheen in de editie van februari 2020 een publicatie over de nieuwbouw van de Sterrenschool in Hilversum. Collega Herman Nijholt deelt hierin zijn ervaring met circulair bouwen bij dit project. Lees of hieronder het betreffende artikel. 


Aan een krap budget toch nog een circulaire ambitie toevoegen. Bij de bouw van de Sterrenschool in Hilversum is het gelukt. De lessen voor de toekomst? In een vroeg stadium sa menwerken en keuzes maken, én werken vanuit een andere mentaliteit dan voorheen.
 
Een gezond en duurzaam schoolgebouw, dat was het uitgangspunt voor de nieuwbouw van de Sterrenschool in Hilversum. Later kwam daar ook nog een circulaire ambitie bij, en dat terwijl er al weinig budget beschikbaar was. Toch is het gelukt. Ivo Vonk, projectmanager van adviesbureau Traject en Herman Nijholt, projectleider bij Aannemingsmaatschappij Friso delen hun ervaringen met circulair bouwen bij dit project.

Hoe ontstond de circulaire ambitie bij deze school?

Vonk: “Het schoolbestuur, onze opdrachtgever, wilde vooral een school waarop het trots kan zijn. Dat hebben wij als gedelegeerd opdrachtgever vertaald naar een programma van eisen. Gezondheid komt voor ons daarbij zonder twijfel op de eerste plaats. Duurzaamheid is inmiddels ook een ‘no-brainer’. Maar gaandeweg het proces, dat begon in 2016, werd circulair bouwen steeds belangrijker, dus dat hebben we aan de opdracht toegevoegd. Zelf hadden we al ervaring in circulair bouwen opgedaan, bijvoorbeeld bij paviljoen Circl aan de Zuidas in Amsterdam. Daarom hebben we zelf een aantal circulaire initiatieven voor deze school bedacht en vervolgens bij de aanbesteding aannemers de opdracht gegeven om eigen circulaire initiatieven aan te dragen. Friso kwam daarbij als beste uit de bus.

We hebben ook de bestaande school geïnventariseerd op hergebruik. Het oude gebouw dateert uit de jaren ’80. Helaas waren weinig materialen geschikt voor hergebruik. Wel zijn van de hardhouten vensterbanken plinten gemaakt voor de nieuwbouw en hebben we de oude hekwerken en stoeptegels opnieuw in het terrein verwerkt. Van een deel van de tegels hebben we ballast voor de zonnepanelen gemaakt. Deze vorm van hergebruik is beter dan bijvoorbeeld de stoeptegels tot puingranulaat vermalen, dat is een degeneratie van de grondstof.”

Hoe bepaal je welke onderdelen je circulair gaat uitvoeren?

Vonk: “Het financiële aspect is heel belangrijk geweest. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een modelverordening opgesteld die richting geeft in de hoogte van het budget, maar het geld zelf komt van de gemeente. Gemeenten mogen daarvan afwijken, maar doen dat zelden. Het  standaardbudget is al te krap voor een normaal gebouw, laat staan voor een gezond, energieneutraal en circulair gebouw. Het schoolbestuur mag zelf wel extra investeren, maar zij wordt door wetgeving beperkt. Een extra investering moet aantoonbaar geld opleveren, bijvoorbeeld door energiebesparing of verlaging van de onderhoudskosten. Het voordeel van circulair bouwen – maar ook van gezond bouwen – kun je lastig in euro’s uitdrukken. Dus extra investeren is complex. Daarom moesten we er praktisch naar kijken: kost het niks extra of is het goedkoper, dan doen we het; zijn de meerkosten marginaal, dan doen we het ook; is het te duur, dan doen we het niet.” Nijholt: “Die beperking qua regelgeving is jammer, want het houdt de circulaire ambities van scholen tegen. Een ander probleem is dat de restwaarde die een circulair gebouw heeft, nog geen gemeengoed is. De gevel van de school is demontabel, aan het einde van de gebruiksduur van het gebouw vertegenwoordigt dat een waarde, alleen die waarde wordt nog niet herkend of erkend.”

Zijn er nog andere factoren te benoemen naast de kosten?

Nijholt: “De kwaliteit speelt vooral bij tweedehands materialen een grote rol. Gerecyclede materialen zijn in principe nieuw, die komen uit de fabriek met certificaat en kwaliteitsgarantie. Bij tweedehands producten weet je de herkomst en kwaliteit niet. We hebben bijvoorbeeld onderzocht of we tweedehands staal konden toepassen, maar dan moet je voor de veiligheid met de allerlaagste staalkwaliteit uit de periode van herkomst rekenen. De profielen worden dan veel zwaarder en dat paste niet meer in het ontwerp. Die keuze moet je eigenlijk eerder in het proces maken. Ook hebben we gekeken naar het hergebruik van bekabeling en pvc-buizen. Dat was een probleem want voor die producten is een CE- keurmerk verplicht en die bestaat niet voor hergebruikte producten.” Vonk: “Je kiest voor secundaire materialen en producten waarbij de technische levensduur veel langer is dan de normale garantieperiode. Daarom zijn de wasbakken in de school wel tweedehands, maar de kranen niet. Met een wasbak kan namelijk niet veel mis gaan, die kan technisch wel meer dan 50 jaar mee. En als zoiets stuk gaat ligt de oorzaak vaak buiten de normale garantie.”

In hoeverre ben je afhankelijk van wat er op dat moment beschikbaar is?

Nijholt: “Beschikbaarheid is vaak een probleem. In het oorspronkelijke plan was een ClickBrick systeem bedacht, maar dat bleek te duur. We kwamen daarna in contact met een partij die zei een circulaire baksteen te kunnen leveren. Uiteindelijk bleek dat de plannen voor het product er wel waren, maar dat het nog niet klaar was voor productie. De gevel heeft nu een gewone baksteen. Wel hebben we via Knauf tweedehands gipsplaten in de wanden verwerkt. Deze worden in stroken van 500 mm breed uit bestaande wanden gezaagd en in lengtes van 2,4 m aangeleverd. Die konden we horizontaal als eerste laag monteren, met daaroverheen een gewone laag platen. Deze oplossing werkt prima en kost niets extra. Toen ik dit weer wilde toepassen in een volgend project, had Knauf het al weer uit het assortiment gehaald. Dat is typisch voor de situatie waar we mee te maken hebben in die circulaire markt. Wel initiatieven, maar aan beschikbaarheid schort het nog wel eens.”

Hoe bepaal je überhaupt of een oplossing wel circulair is?

Vonk: “Dat doen wij op twee manieren, de eerste is aan de hand van de MPG- score van de Nationale Milieu Database. Die score vertegenwoordigt een bepaalde manier van berekenen, dus daar kun je over discussiëren, maar we houden er wel rekening mee. Neem bijvoorbeeld het verwerken van betongranulaat in de betonnen fundering. Daar hebben we niet voor gekozen. De milieuwinst is marginaal, het is kostbaar en heeft weinig educatieve waarde. Want ook daar kijken we naar: is het zichtbaar wat er gebeurd is? Gerecycled beton, weggestopt onder de grond, spreekt niemand aan. Dan kiezen we liever voor de hergebruikte delen van de garderobekasten, daarvan is het verhaal wel zichtbaar, dat kun je aan iemand aanwijzen en erover vertellen. De tweede manier is het bepalen van het hergebruik- en recyclingpotentieel. Een product dat eenvoudig en volledig herbruikbaar of op zijn minst recyclebaar is, verdient altijd de voorkeur boven een product dat dat niet is.” Nijholt: “Dat geldt ook bijvoorbeeld bij de tribunetrap. Die is gemaakt van uitgewerkte rubberbomen. Dat hout is verder prima van kwaliteit, maar normaal gesproken wordt het verbrand. Nu hebben wij het hout verwerkt in de traptreden.”

De gevel van de school is demontabel, maar die waarde wordt nog niet erkend in de regelgeving

In hoeverre vereist circulariteit een andere manier van bouwen en denken?

Nijholt: “Als je circulariteit op hoog niveau wilt insteken, dan begin je niet pas bij het bestek. Een vroegtijdige, goede samenwerking tussen de betrokken partijen is heel belangrijk. Die kant gaat het in het algemeen sowieso al op, maar bij circulair bouwen is dat nog veel belangrijker. Met de huidige beperkte kennis op gebied van circulair bouwen moet je dat in de vorm van een bouwteam aanpakken en vroeg keuzes maken. Kies je bijvoorbeeld voor een traditionele betonnen verdiepingsvloerconstructie of ga je over op hout? Dat laatste is circulair, maar veel duurder. Dat is geen beslissing die je pas in de uitvoeringsfase kan maken. Ook moet je in een vroeg stadium kijken naar technische randvoorwaarden. Stel, je kiest een circulair materiaal voor de vloer, maar de geluidsprestatie daarvan is iets minder dan gebruikelijk, dan moet je goed nadenken of dat een probleem is. Kun je leven met een mindere prestatie? Pas wanneer er voldoende kennis is door ervaring, en die kennis doorsijpelt naar scholen en universiteiten en er ook standaarddetailleringen zijn, dan kan circulair bouwen standaard worden. Goede vastlegging is ook essentieel voor circulariteit, ook daar moet anders in gedacht worden. Bijvoorbeeld de demontabele gevel van deze school is grotendeels op droge wijze kierdicht gemaakt, behalve op één plek, daar is PUR toegepast. Dat hebben we gedocumenteerd en als dat in de toekomst losgemaakt wordt voor hergebruik, dan is dat bekend, maar dan moet het gebouwbeheer wel goed zijn. Tekeningen en informatie moeten up-to-date blijven. Ga je verbouwen? Werk de tekeningen dan bij. Digitale tekeningen van vijfentwintig jaar terug zijn inmiddels zo oud, dat we ze niet meer kunnen openen. Dus ook dat moet je bijhouden.” Vonk: “Circulariteit vereist een andere mentaliteit van de opdrachtgever. Circulair bouwen betekent dat de materialen niet altijd mooi of nieuw zijn. In het plaatmateriaal van de garderobekasten zitten bijvoorbeeld schroefgaten. Is dat erg? Nee, want het blijft functioneel. Maar dat moet je wel begrijpen als opdrachtgever. De brandslanghaspelkasten in de school zijn tweedehands. Tijdens de bouw is daar een kras op gekomen. Een ander vervangt hem, maar wij gebruiken hem. Je weet dat je voor circulair gaat, dus een krasje hier of daar is geen probleem. Tegelijkertijd moet circulair bouwen ook geen vrijbrief zijn voor de bouwer om rücksichtslos met de materialen om te gaan, dus ergens ligt ook weer een grens. Opdrachtgevers en financiers zullen moeten leren om naar de lange termijn te kijken met bijhorende financiële consequenties en opbrengsten.”

Circulaire onderdelen en materialen

  • Trottoirtegels t.b.v. ballast zonnepanelen en tegelpaden op dak, inrichting terrein - Oorsprong: trottoirtegels bestaande school
  • Plinten nieuwe school - Oorsprong: hardhouten vensterbanken oude school
  • Eerste laag gipsplaten metalstud, tweedehands (Knauf) - Oorsprong: tweedehands gipsplaten van sloop (Knauf)
  • Houten traptreden - Oorsprong: hout van uitgewerkte rubberbomen, voor rubberindustrie
  • Sanitair nieuwe school - Oorsprong: tweedehands sanitair van sloop elders
  • Tweedehands brandslanghaspelkasten
  • Volkern garderobekasten - Oorsprong: oude HPL bureaubladen van UWV kantoor
  • Vloer gymzaal, onderlaag vloer gemaakt van gerecycled rubberafval
  • Demontabele houtskeletgevels
  • Demontabele staalkolommen
  • Volledig recyclebare kunststof dakbedekking
  • Hergebruikte tuinranden (palissaden)
  • Riolering in PE i.p.v. PVC (beter recyclebaar)
  • Houtgebruik: kozijnen, wanden, wandafwerking, gevel (Thermowood)

Projectgegevens

Locatie: Huygenstraat, Hilversum
Opdrachtgever: STIP Hilversum
Aannemer: Aannemingsmaatschappij Friso, Sneek
Projectmanagement: TRAJECT Adviseurs & Managers,
Zevenaar
Architect: Mies Architectuur, Ede
Constructeur: Snetselaar Constructieve Ingenieurs Ede
Installatie adviseur: TRAJECT Adviseurs & Managers,Zevenaar
Installateur: Wouda installatietechniek BV, Dronten
Bruto vloeroppervlakte: 1620 m2
Bouwperiode: oktober 2018 – juli 2019


Downloaden

Download via onderstaande link het complete artikel. 

Project Circulair | Circulaire schoolvoor een krap budget